WEDSTRIJDEN

Shelby droomde ervan zijn Daytona te toetsen aan de Ferrari 250 GTO.
Van bij de eerste tests, bleek dat het brandstof verbruik ten aanzien van de Cobra Roadster met 25% afnam.
Zes auto’s werden er in elkaar gezet, en in Modena (inderdaad !) van het koetswerk voorzien door de Carrozzeria Grand Sport.
U kan zich voorstellen wat voor opschudding zoiets in dat kleine Italiaanse stadje heeft veroorzaakt.
Na een openingskoers in Daytona waar de wagen door Dave Mc Donald en Bob Holbert werd bestuurd, maakte hij het de Ferrari GTO het leven zuur totdat technische defecten en een brand tijdens het tanken er een punt achter zetten.
Shelby zette toen zijn Cobra’s te Sebring in tijdens de 12 uur.
De overwinning in de algemene rangschikking kwam toe aan Parkes en Magioli in een Ferrari prototype, gevolgd door de tweeling auto's van Carfiotti-Vaccarella en Surtees-Bandini.
Maar de drie andere plaatsen werden in beslag genomen door drie Cobra GT’s van Holbert-Mac Donald, Spenser-Bondurant en Schlesser-Phil Hill.
Carroll Shelby had des te meer redenen om de overwinning te vieren omdat de zevende auto een Ferrari GT was.
Drie coupés werden in juni naar Le Mans gestuurd. Twee waren voor Daytona, Gurney-Bondurant en Amon-Neerpasch. De derde was een coupé die volledig bij AC werd gebouwd, de A95. De Britse pers liep hard van stapel tegen deze wagen omdat alle competitie tests op gewone wegen en tegen fel boven de toegestane snelheid werden gereden.
De coupé A95, werd bestuurd door Sears en Bolton. Zij zouden niet eens het eerste kwart van de race halen want ingevolge een ongeval dienden ze op te geven. Amon en Neerpasch hielden het na elf uur voor bekeken maar Bob Bondurant en Dan Gurney boden weerstand aan de Ferrari GT en wonnen in hun klasse terwijl ze in het algemeen klassement vierde eindigden na drie Ferrari prototypes waaronder dat van Guichet-Vaccarella, de eind winnaars.
De eerste Ferrari GT werd bestuurd door Beurlys en Bianchi en eindigde vijfde.
Het gekke van dit verhaal is dat de olie-thermometer van bij het begin op heel hoog peil stond en dat de piloten al die tijd het ergste vreesden voor de motor die het echter uithield.


















Bob Holbert en Dave MacDonald werden vierde, en eerste in hun klasse in de 12h van Sebring 1964


Vier Daytona’s namen deel aan de 24h van Le Mans in 1965, juist nummer 11 van Jack Sears en Dr Dick Thompson haalden het einde.







































































De web master in het midden met cirkeltje



























De Willment daytona cobra te Goodwood
































TERUG NAAR HOOFDMENU.